Thema 1, week 1. Vriendschap

1234567891011
Across
  1. 4. iemand die zielig is
  2. 5. iemand die een ander helpt als er iets ergs gebeurt
  3. 6. als er iets ergs kan gebeuren
  4. 9. een vriend met wie je het meest speelt
  5. 10. als je vlucht, ga je snel weg omdat je bang bent
  6. 11. iemand die je kent
Down
  1. 1. iemand die je niet kent
  2. 2. je naam op je eigen manier geschreven
  3. 3. een goede vriend
  4. 4. deel van de boom waar de takken aan vast zitten
  5. 7. een groot ongeluk
  6. 8. als er niets ergs kan gebeuren