Thema 1 - week 2
Across
- 3. Een stuk land, we noemen het ook wel een gebied.
- 9. Iemand die op de weg rijdt of loopt.
- 11. Langzaam rijden, je gaat niet veel harder dan iemand die loopt.
- 12. Daarna.
- 13. Een overdekte plaats waar je fietsen en brommers veilig kunt neerzetten.
- 14. Een voertuig dat wordt getrokken door paarden.
Down
- 1. Je vervoert hiermee mensen of dingen.
- 2. Een auto die je gebruikt om spullen mee te vervoeren.
- 4. Maar.
- 5. Toevallig ergens terechtkomen.
- 6. Een vrachtwagen.
- 7. De motor harder laten werken zodat je harder kunt rijden.
- 8. Heel snel, bliksemsnel.
- 10. Je bent onderweg, je komt er binnenkort aan.