Thema 1, week 2. Regels
Across
- 6. iemand die op de weg rijdt of loopt
- 8. een auto die je gebruikt om spullen mee te vervoeren
- 10. een vrachtwagen
- 11. langzaam rijden, je gaat niet veel harder dan iemand die loopt
- 12. als je de auto hierin zet, dan laat je de motor harder werken
Down
- 1. heel snel, bliksemsnel
- 2. een voertuig dat wordt aangetrokken door paarden
- 3. daarna
- 4. met een voertuig vervoer je mensen of dingen bijvoorbeeld een auto, een fiets of een brommer
- 5. toevallig ergens terechtkomen
- 7. iemand die onderweg is
- 9. maar