Thema 1 Week 3

1234567891011121314151617
Across
  1. 1. stukje van de tuin waar een soort groente groeit
  2. 3. goed
  3. 5. vogel die vaak in een grote zwerm vliegt
  4. 9. hoed van stro
  5. 10. planten neerzetten in een tuin
  6. 13. dichtmaken
  7. 14. mest voor de planten op de grond strooien
  8. 15. kleren gladmaken met een strijkbout
  9. 17. planten weghalen die je liever niet in je tuin hebt
Down
  1. 2. er zijn ergens heel veel mensen
  2. 4. grote groep vogels
  3. 5. ding dat je gebruikt om onkruid mee weg te halen
  4. 6. groenten of fruit van het land halen om op te eten
  5. 7. tuin waarin je de groente laat groeien
  6. 8. je gaat terug naar waar je vandaan kwam
  7. 11. je gaat ergens naartoe
  8. 12. zo snel mogelijk weggaan
  9. 15. iets afbreken
  10. 16. gemaakt van riet