Thema 2: inkomstenbronnen en uitgavenpatroon van een gezin

1234567891011121314151617181920
Across
  1. 4. Uitgaven met een vast bedrag op regelmatige tijdstippen.
  2. 5. Werkt onder het gezag van een werkgever.
  3. 6. Een voorbeeld van toevallige inkomsten.
  4. 7. Een door een onderneming uitgegeven waardepapier. Als je daarop intekent, word je mede-eigenaar van een onderneming.
  5. 9. Je spaargeld wordt voor een bepaalde tijd vastgezet.
  6. 12. Hoeveel goederen en diensten een huishouden kan kopen met een bepaald inkomen.
  7. 13. Een voorbeeld van een aanvullend inkomen.
  8. 15. Kleine bedragen die frequent voorkomen.
  9. 16. Uitgaven die je moeilijk of niet kunt plannen.
  10. 18. De prijsevolutie van honderden producten met uitzondering van ongezonde producten.
  11. 20. Grote bedragen waarvoor de meeste gezinnen moeten sparen.
Down
  1. 1. Werkt voor eigen gezag en eigen rekening.
  2. 2. Kopen of verkopen van waardepapieren of goederen in de hoop daar geld mee te verdienen.
  3. 3. Een door de overheid uitgegeven waardepapier.
  4. 8. Vergoeding van iemand die een vrij beroep uitoefent.
  5. 10. De bezoldiging die je overhoudt na het afhouden van de RSZ-bijdrage en bedrijfsvoorheffing.
  6. 11. Een spel van de Nationale Loterij.
  7. 14. Een korf van aandelen/of waardepapieren van verschillende ondernemingen.
  8. 17. Vergoeding van een zelfstandige.
  9. 19. Een toevallige inkomst bij het overlijden van een persoon.