Thema 2: tekstverbanden en structuren
Across
- 2. Dwarsligger, muiter, oproerkraaier, oproerling, oproermaker, opstandeling, radicaal, revolutionair
- 6. Duidelijk, nadrukkelijk, uitdrukkelijk
- 10. Sociaalwetenschappelijke deskundige die zich bezighoudt met de studie van politiek. Eén van de bekendste is UGent-professor Carl Devos.
- 12. Gretig verlangen naar (altijd met het voorzetsel "op")
- 13. (iemand) in het oog houden, bekritiseren, op de korrel nemen, het gemunt hebben op (iemand)
- 15. Overgang in de ontwikkeling tussen de jeugd en volledige volwassenheid, hetgeen een periode representeert waarin een persoon biologisch, maar niet emotioneel volgroeid is
- 16. Hoofdstroming in de maatschappij, de gangbare smaak of massasmaak
- 18. Beledigen, grieven, kwetsen
- 21. Tegencultuur of sub-cultuur, dus niet wat de massa leuk vindt
- 22. Zeer fijne lekkernij
- 23. Gezegd van een man die een "stoot", "een stuk", "een spetter", kortom ter aanduiding van een (seksueel) aantrekkelijke man
- 25. Als resultaat hebben
- 26. Bedoeling, opzet, plan, voornemen
- 27. Verminderen, herleiden
- 29. Antwoord
- 30. Tint,schakering.
Down
- 1. Kort verhaal waarin een gebeurtenis, meestal beleefd door een (historische) persoon, op humoristische wijze wordt neergezet
- 3. Overdreven beeld van een groep mensen dat vaak niet (volledig) overeenkomt met de werkelijkheid
- 4. De leer van de activiteiten in het lichaam van levende organismen. Deze wetenschap houdt zich bezig met de werking (functie) van de organen
- 5. Zich aanpassen, conformeren, gewennen, schikken, wennen
- 7. Aanhitsen, opfokken, ophitsen, opnaaien, opruien, prikkelen, stoken, tarten, tergen, uit de tent lokken, uitdagen, uitlokken
- 8. Vakkennis, deskundigheid,knowhow,vakbekwaamheid.
- 9. Ingeburgerde Duitse term voor een situatie waarin een persoon plotseling nieuwe inzichten verkrijgt
- 11. Ophef, heibel, opschudding
- 14. Eerder Hollands woord voor gebouw of ruimte waar aan krachttraining gedaan wordt
- 17. Bluf, drukte, kranigheid, lef
- 19. Elegant, kunstzinnig, mooi, schoon, smaakvol, stijlvol, verfijnd
- 20. Altijd andermans standpunt volgen, "meelopen"
- 24. Geestelijk, psychisch
- 28. Zeer geleerd of ontwikkeld
- 31. Iets erg overdreven, buitensporigheid, overschrijding, uitspatting, uitwas