Thema 2 - week 3

123456789
Across
  1. 4. Als iemand ergens voordeel aan heeft.
  2. 6. Iets is enorm.
  3. 8. In het begin, als eerste.
  4. 9. Wat je gebruikt om iets makkelijker te maken.
Down
  1. 1. Je bent heel blij en tevreden.
  2. 2. Iets of iemand aan elkaar vastmaken.
  3. 3. Je bent de hele tijd aan het mopperen.
  4. 5. Dit hebben mensen die nieuwe of mooie dingen bedenken.
  5. 7. Als iemand ergens nadeel van heeft.
  6. 8. Als je iets ervaart.