Thema 2 week 3

123456789101112
Across
  1. 3. Heel blij, tevreden.
  2. 4. Als iemand ergens nadeel van heeft.
  3. 5. Meemaken, ervaren.
  4. 9. Weten hoe iets moet.
  5. 11. Dit hebben mensen die nieuwe of mooie dingen kunnen bedenken of maken.
  6. 12. Aan elkaar vastmaken van meerdere dingen, mensen of zaken.
Down
  1. 1. Als iemand ergens voordeel van heeft.
  2. 2. In het begin, eerst.
  3. 6. Niet doorgaan.
  4. 7. Niet blij, mopperend.
  5. 8. Wat je gebruikt om iets gemakkelijker te kunnen doen.
  6. 10. Enorm.