Thema 3 week 1 zintuigen

123456789101112
Across
  1. 6. Eén van je zintuigen (je neus).
  2. 7. Eén van je zintuigen. Met het ..... kun je zien.
  3. 9. Niet gewoon.
  4. 10. als je ergens om draait, dan gaat het daarover, dan is dat het belangrijkste.
  5. 11. Een speciale, scherpe smaak. Witlof is .....
  6. 12. door, met hulp van.
Down
  1. 1. .....geven je informatie over de wereld om je heen. Je kunt ermee horen, zien, ruiken, proeven en voelen.
  2. 2. Eén van je zintuigen (handen). Je kunt er mee voelen.
  3. 3. Kijken of iets goed is, bepalen of iets goed is.
  4. 4. Het deel van de maaltijd dat in één keer opgediend wordt.
  5. 5. vaststellen, zorgen dat je iets zeker weet.
  6. 8. heel normaal.