Thema 4
Across
- 1. Dit verkoopt de slager
- 4. Dit eet je in de ochtend
- 5. Deze persoon verkoopt brood
- 8. Ik heb niet meer nodig dit is ......
- 10. Hij ...... (kopen)
- 14. Dit eten Nederlandse mensen vaak 's avonds
- 15. De oven is niet aan maar ...
- 16. Soep eet je met een .....
Down
- 2. Eet .........! Zeg je voor het eten
- 3. Dit geeft smaak aan het eten
- 5. €10, €20 zijn geen munten maar ......
- 6. Dit eten Nederlandse mensen vaak op brood
- 7. Dit doe je met een mes
- 9. De helft van een kilo
- 11. Dit eet je op een verjaardag
- 12. De kleur van een briefje van €100
- 13. Het is fruit rood of groen het smaakt zoet