Thema 4 - Week 1

1234567891011121314
Across
  1. 4. Een onverwachte kans.
  2. 7. Flink feest vieren.
  3. 8. Je armen en benen zijn je...
  4. 9. Je mag dan meedoen met de verkiezingen.
  5. 10. Je mag je mening geven over iets geven.
  6. 11. Vergeleken met.
  7. 12. Aanpassen of veranderen.
  8. 14. Helemaal noem je ook wel...
Down
  1. 1. De meeste stemmen gelden en iedereen beslist mee.
  2. 2. Dan mag je op iemand gaan stemmen.
  3. 3. Als iets snel en zonder waarschuwing is.
  4. 5. Ervoor zorgen dat mensen tegen je opkijken.
  5. 6. Eerlijk en volgens de regels.
  6. 13. Sommige dingen kunnen maar voor een deel.