thema 4 week 1

1234567891011121314151617181920
Across
  1. 6. voor die tijd
  2. 9. beeld dat mensen van iets of iemand hebben
  3. 11. erg tegen iemand opkijken
  4. 12. na die tijd
  5. 13. er niets van af weten
  6. 15. waardoor je aardig gevonden
  7. 17. snel meteen
  8. 18. met schokken, haperend
  9. 19. blijkbaar
  10. 20. iemand die hard kan slaan
Down
  1. 1. gemeen tegen iemand doen
  2. 2. bekend staan om iets slecht
  3. 3. verhaal over beroemd iemand
  4. 4. iemands goede of slechte naam
  5. 5. niet wachten, meteen doen
  6. 7. niet tegen te houden
  7. 8. het met iemand eens zijn
  8. 10. de vorm van een lichaam
  9. 14. indruk die iemand je geeft
  10. 16. doen alsof je iets weet