Thema 5 - Week 1

1234567891011121314
Across
  1. 2. Een tekening waarop je kunt zien hoe iets in elkaar zit of hoe iets gemaakt moet worden.
  2. 4. De grootte van iets noem je het..….
  3. 6. Het is erg saai.
  4. 7. Zoals iets eruitziet als je er van bovenaf naar kijkt.
  5. 9. Het neerzetten en aansluiten van apparaten zodat ze gebruikt kunnen worden.
  6. 11. Dat wat je ziet als je iets doorsnijdt.
  7. 12. Iets wat stevig is of goed in elkaar zit.
  8. 13. Bij een apparaat kiezen hoe het precies gaat werken.
Down
  1. 1. Een lage fiets waarop je in een liggende houding fietst.
  2. 3. (Bijna) niet kunnen wachten tot iets begint.
  3. 5. Iets in zich hebben.
  4. 8. Het houdt je aandacht vast.
  5. 10. Als iemand jou iets gemeens heeft aangedaan, iets gemeens terugdoen.
  6. 14. Iets wat ervoor zorgt dat iets of iemand zich onderscheidt van anderen.