Thema 5, week 1

1234567891011121314151617
Across
  1. 5. Als het uiteindelijk toch goed komt, is iedereen blij.
  2. 6. Afkorting van laboratorium. Ruimte waar onderzoek wordt gedaan.
  3. 7. Apparaat waardoor je kleine dingen veel groter ziet.
  4. 9. Geven; iets gaat van de ene persoon naar de andere.
  5. 10. Ergens je mening over geven.
  6. 12. Term; een woord dat altijd voor iets gebruikt wordt.
  7. 13. Wetenschap waarbij wordt onderzocht uit welke stoffen voorwerpen bestaan.
  8. 14. Iemand die een ander helpt bij het werk.
  9. 16. Voorwerp met een wijde opening bovenaan en een smalle opening onderaan waardoor je vloeistof in een kleine opening giet.
  10. 17. Als iets onderzocht wordt om er kennis over te verkrijgen.
Down
  1. 1. Bril die je opzet om je ogen te beschermen.
  2. 2. Een belangrijk moment in de geschiedenis of in het leven van iemand.
  3. 3. Dingen met elkaar verbinden met snoeren of slangen.
  4. 4. Met veel aandacht en inzet, heel nauwkeurig.
  5. 8. Lang en met veel aandacht kijken.
  6. 9. Niet al te nauwkeurig.
  7. 11. Als iemand iets uitprobeert; een proefje.
  8. 15. Met weinig woorden verteld.