thema 6 les 11

1234567
Across
  1. 2. oogconntact de band die je met iemand hebt al je elkaar in de ogen kijkt.
  2. 4. verband als twee dingen met elkaar temaken hebben.
  3. 6. als je doet wat je van tervoren heb gezegd.
  4. 7. nature iets wat vanzelf gaat wat je niet hebt hoeven leren.
Down
  1. 1. ergens achter komen uitvinden wat er bedoeld woord.
  2. 3. zo goed als.
  3. 5. op ervoor zorgen dat iets ander bij iets anders past.