Thema 7: Op wie doen wij een beroep?

123456789101112131415161718
Across
  1. 5. Onduidelijk praten. Wat je zegt, is niet te verstaan.
  2. 7. 1. Als iemand iets voorkomt, zorg je ervoor dat het niet kan gebeuren. 2. Als iets vaak voorkomt, gebeurt het vaak. 3. Iemand die moet voorkomen moet voor de rechtbank verschijnen.
  3. 8. Extra geld dat je geeft als dank, bv. aan een ober of taxichauffeur.
  4. 10. De brief (of mail) die je schrijft wanneer je in een bedrijf wilt werken.
  5. 12. Een vragenlijst. Je houdt een ..... als je aan veel mensen dezelfde vragen stelt.
  6. 13. Gereedschap dat vroeger gebruikt werd om schoenen te herstellen of te maken.
  7. 14. 1. Als iets ..... is, is het soepel en kun je het makkelijk buigen. 2. Je noemt iemand flexibel als hij of zij zich makkelijk aanpast.
  8. 16. Onvriendelijke dingen zeggen omdat je niet tevreden bent.
  9. 17. Een baan waar iemand voor gezocht wordt. Als je werk zoekt, kijk je of er ergens een vacature is.
  10. 18. Een soort tekening in de vorm van een taart of balkje. Je kunt er gegevens op aflezen.
Down
  1. 1. Wanneer je niet graag gezien wordt, ben je onbemind.
  2. 2. Een ..... brengt in een café of restaurant het eten en drinken rond.
  3. 3. Als je twee of meer dingen met elkaar combineert, heb je een combinatie. Je koppelt dingen aan elkaar.
  4. 4. Daarmee kun je je verplaatsen, bv. fiets, auto, trein, ...
  5. 6. 1. Het zijaanzicht van je gezicht 2. Een oppervlak met ribbels en putjes, bv. een autoband of bergschoen. Het profiel zorgt ervoor dat je niet zo makkelijk slipt of uitglijdt. 3. Een internetpagina die iets over iemand vertelt, met een foto, hobby's.
  6. 7. 1. Een stuk dunne stof voor op een wonde. 2. Als dingen met elkaar verband houden, hebben ze met elkaar te maken.
  7. 9. Het verkeer van je werk naar huis of omgekeerd.
  8. 11. Een ..... heeft de leiding over de uitvoering van een toneelstuk of film.
  9. 15. Een bank met een rugleuning, zetel