Thema 8 week 3

123456789101112
Across
  1. 3. Iemand die stiekem huizen binnengaat om dingen te stelen.
  2. 4. Als ik het mag zeggen.
  3. 6. Iets wat goedkoper is dan normaal.
  4. 7. Iemand wil iets niet, door dingen te zeggen zorg je dat hij toch wil.
  5. 8. Dit woord gebruik je om alles wat je daarvoor hebt gezegd nog een keer kort te zeggen.
  6. 10. Een plek met muren eromheen, bijvoorbeeld een kamer of klaslokaal.
  7. 11. Hoeveel geld er nog is.
Down
  1. 1. Ergens naartoe gaan om zoveel mogelijk te weten te komen.
  2. 2. Er wordt gezien dat je iets stiekem doet.
  3. 5. Je verteld het niet aan anderen.
  4. 9. Je kunt het aan anderen vertellen.
  5. 12. Oppakken en meenemen naar het politiebureau.