Thema 9 Week 1 Les 1
Across
- 1. handvat, een ding waar je iets aan vast kunt houden
- 3. zacht buisje met een dop
- 4. winkel waar je tandpasta, zeep en pillen kunt kopen
- 5. je brengt er geld
- 8. als iets van jou is
- 9. nare kant van iets
- 10. grote tas met boodschappen erin die je kunt dragen
- 12. geld dat je een keer per week of maand van je ouders krijgt
- 14. iemand die een winkel heeft
- 16. pak met dingen bij elkaar
- 17. plastic kaart waar je mee betalen kunt
Down
- 1. iets wat niks kost
- 2. de goede kant van iets
- 5. zakje of tasje om geld in te doen, hij past in je broekzak
- 6. kist van hout of plastic
- 7. als je iets koopt, zit het vaak in plastic of papier
- 11. heel hard lachen
- 13. grote haak achter aan de auto
- 15. lang smal gat