Thema Onderweg les 1 en 5

123456789101112131415161718192021
Across
  1. 2. plek waar 2 wegen elkaar tegenkomen
  2. 4. weg dicht is
  3. 5. iemand anders voorbij gaan
  4. 10. de plaats waar je naartoe reist
  5. 11. een lang stuk dat je fietst
  6. 12. de vier cijfers en 2 letters van een adres
  7. 15. een paar wegen die uitkomen op een ronde weg
  8. 17. dichterbij de plek komen waar je wilt zijn
  9. 18. naar de rechterkant
  10. 19. je hebt weinig tijd en doet alles vlug
  11. 20. dorp of stad waar je woont
Down
  1. 1. een bord langs de weg
  2. 3. een persoon die stuurt
  3. 6. na een reis op de plek aankomen
  4. 7. aankomen op de plek waar je wilt zijn
  5. 8. naar de linkerkant
  6. 9. naar een bepaalde kant
  7. 13. een andere weg die je neemt als de
  8. 14. hierop staat hoe je moet rijden om ergens te komen
  9. 16. zomaar rondlopen of rijden
  10. 21. een plek waar je van de grote weg afrijdt