tim
Across
- 1. ze is bang maar wordt steeds minder bang
- 4. dit is een niet fietse meester
- 5. deze schoenen wil je graag
- 6. dit doe je graag
- 8. dit moet je voor school doen
- 9. zij geeft je les op de andere school
Down
- 2. wat is de kleur van de fiets van je beste vriend
- 3. dit moet je een keer per week doen
- 4. hij woont in Loosdrecht
- 7. dit is je lievelingswinkel