Timothy 1

1234567891011121314151617181920
Across
  1. 1. bij oma hoort ...
  2. 3. bij het eten zitten wij er meestal aan
  3. 4. houten schoenen, die boeren vaak dragen
  4. 6. 'smorgens ga ik meestal even onder de .....
  5. 8. soep eten doe je met een ....
  6. 9. onder een kopje staat vaak een .....
  7. 10. aan een hand zitten meestal vijf ....
  8. 12. rond de tafel staan vaak .....
  9. 13. dat is zeep speciaal voor mijn haren
  10. 14. iets wat de pap lekker zoet kan maken
  11. 15. dat heb ik nodig om mij af te drogen
  12. 17. wij wonen in een ....
  13. 19. de dikste vinger van je hand
  14. 20. Robert is mijn .....
Down
  1. 2. een groot muziekinstrument met toetsen
  2. 4. de puzzel, waar ik nu mee bezig ben
  3. 5. een apparaat waar je films op kunt zien
  4. 7. hij zegt miauw
  5. 11. als het in huis koud is, doe ik die aan
  6. 16. na de middag begint de ......
  7. 18. hier maak ik mijn haren mooier mee
  8. 20. slapen doe ik meestal in een ...