Toets: dagen, maanden en rekentaal 2

123456789101112131415161718
Across
  1. 4. De eerste dag van de week is...
  2. 5. Morgen is het vrijdag, ... is het zaterdag.
  3. 7. De laatste dag van de schoolweek.
  4. 9. één minder dan vijftien
  5. 13. De maand na juli is ...
  6. 15. 11+11=...
  7. 17. 7 is ... dan 3
  8. 18. De tweede maand van het schooljaar
Down
  1. 1. Deze maand zijn we nu.
  2. 2. Als het vandaag dinsdag is was het eergisteren...
  3. 3. 3 is ... dan 7
  4. 6. het vijfvoud van vijf is...
  5. 7. De dag tussen gisteren en morgen is ...
  6. 8. De maand tussen januari en maart.
  7. 10. 12 is de ... van 24
  8. 11. 12 is het ... van 6
  9. 12. Als het vandaag dinsdag is, is het morgen ...
  10. 14. zestig min tien is gelijk aan ...
  11. 16. 4+2 is ... als 1+5
  12. 17. De maand die maar drie letters telt...