Unité 29
Across
- 2. roepen, schreeuwen
- 5. DE televisie
- 7. terug naar huis gaan
- 9. een persoon
- 11. een buurvrouw
- 14. laatste(m)
- 15. wanneer
Down
- 1. een video
- 3. een feest
- 4. plots, opeens
- 6. stoppen, tegenhouden
- 8. laatste(v)
- 10. een film
- 11. een buurman
- 12. zien
- 13. een keer, maal