Unité 8 : Les moyens de transport

123456789101112131415161718
Across
  1. 2. een metro
  2. 4. een station
  3. 7. aankomen
  4. 10. kennen
  5. 12. tellen
  6. 14. 6 B is... tof!
  7. 15. een bus
  8. 16. een trein
  9. 17. een moto
Down
  1. 1. een reis
  2. 3. dromen
  3. 5. een vliegtuig
  4. 6. komen
  5. 7. een luchthaven
  6. 8. een fiets
  7. 9. een afspraak/een ontmoeting
  8. 11. een boot
  9. 12. een vrachtwagen
  10. 13. een sms
  11. 18. een tram