V4 - Vocabulary Unit 1 (NL-EN)
Across
- 2. tenslotte
- 7. zuurstof
- 8. oppervlak
- 10. oprichter
- 13. deelname
- 15. hoeveelheid
- 16. onderschatten
- 17. aandoening
- 18. kwestie
- 22. gedrag
- 24. houding
- 26. talrijk
- 29. poging
- 31. werkzaam
- 33. rijkdom
- 36. vastberadenheid
- 39. verwaarlozing
- 40. aanmoedigen
- 41. waarschijnlijk
- 42. last
- 43. inspanning
- 45. baanbrekend
- 46. bewustzijn
- 47. verwijdering
- 48. vestigen
- 49. afmattend
Down
- 1. nadeel
- 3. nadruk
- 4. uitgezonderd
- 5. omgeven
- 6. beroep
- 9. uitbreiden
- 11. voorbijstreven
- 12. meerderheid
- 14. invloed
- 19. kladversie
- 20. bron
- 21. beloning
- 23. daarvoor
- 25. uitvinding
- 27. lomp
- 28. apparaat
- 30. talloos
- 32. omvang
- 34. waardeloos
- 35. echter
- 37. kantelen
- 38. vluchteling
- 44. ongevaarlijk