vakantie
Across
- 1. hier ga je naartoe als je op vakantie bent je kan erin zwemmen.
- 2. dit gebruik je om aan te doen als je gaat zwemmen.
- 4. dit eet jij als het warm is en het smelt snel.
- 5. hier ga je naartoe om te eten.
- 7. dit gebruik je voor jouw kleren in te steken.
- 8. hier ga je mee op vakantie en het vliegt.
Down
- 1. dit gebruik je om onder water te kijken.
- 2. hier ga je in als je niet wil zwemmen in de zee.
- 3. dit gebruik je om buiten vlees te bakken.
- 6. hier ga je slapen als je op vakantie gaat.