vakantie thibault vandersanden

12345678910
Across
  1. 3. dit doe je als je moe bent
  2. 4. hier steek je je kleren in om naar vakantie te gaan
  3. 7. dit doe je met familie of vrienden en je kan er blijven slapen
  4. 9. dit maak je van papier en je kan het ruilen met schelpen
  5. 10. hier ga je vaak heen en er is veel zand
Down
  1. 1. dit heb je nodig om naar het vliegtuig te gaan
  2. 2. dit doet een jongen aan om te gaan zwemmen
  3. 5. dit doe je als je je verveelt in de vakantie
  4. 6. dit doe je als je het warm hebt
  5. 8. dit doe je met een vliegtuig