vakantie

123456789
Across
  1. 1. we zij weg dus niet .....
  2. 3. ergens heen gaan
  3. 4. veel water
  4. 6. je kan er een leuke dag beleven
  5. 7. je gebruikt er een boot voor
  6. 9. het staat meestal in je living
Down
  1. 2. lang slapen
  2. 4. je word er nat van
  3. 5. vervoermiddel met wagons
  4. 8. vervoermiddel min.2 per max. 7 per