vakatie

123456789
Across
  1. 2. en grote plas zout water
  2. 5. je kan er op liggen en je word meestal bruin of rood
  3. 6. slappen je doet het snachts en het in de vakantie heel lang
  4. 8. een bijeenkomst waar je kunt drinken en dansen
  5. 9. je doet het om een beetje geld te verdienen
Down
  1. 1. je doet het met je familie of gezin en het is leuk wand je bent je bent niet thuis
  2. 3. het is geel
  3. 4. je moet er voor naar de het vliegveld gaan
  4. 5. het heeft veel kleuren en het is rond
  5. 7. je hangt er met rond en het is leuk