Veelvoorkomende woorden in examens (deel I)

1234567891011121314151617181920212223242526272829303132333435363738394041424344
Across
  1. 3. een aantal zitten over hetzelfde onderwerp
  2. 6. de zakelijke brief
  3. 8. in het bijzonder, alleen in dit ene geval
  4. 11. voorbedrukt papier met vragen en invulruimte
  5. 13. letterlijk herhalen wat iemand gezegd heeft
  6. 14. plaatje, afbeelding
  7. 15. belangrijkste uitspraak van de schrijver over het onderwerp in één zin
  8. 19. eerste deel van een tekst
  9. 20. dat heeft te maken met
  10. 22. bewijs dat je gelijk hebt
  11. 24. onder woorden brengen
  12. 26. reclame of oproep in een krant of tijdschrift
  13. 31. informatie krijgen of geven
  14. 32. onderdeel
  15. 34. afspraak over schrijfregels die je moet gebruiken
  16. 35. een nauwkeurige beschrijving
  17. 36. middenstuk, belangrijkste stuk waar het om gaat
  18. 40. iets door iets anders begrijpen
  19. 41. goede raad
  20. 42. de onderzoek door vragen te stellen aan een groot aantal mensen
  21. 43. uitleg hoe iets in elkaar zit
  22. 44. in grote lijnen, ongeveer
Down
  1. 1. wat je wilt bereiken
  2. 2. de persoonlijke brief
  3. 4. belangrijkste doel van de schrijver
  4. 5. nauwkeurig lezen
  5. 7. diepgaand, grondig
  6. 9. de schrijver stelt iets vast
  7. 10. voorbeeld hoe een brief eruitziet
  8. 12. de inlichting
  9. 16. laten zien
  10. 17. beschrijving van je levensloop
  11. 18. herkenningsteken, eigenschap
  12. 21. titel boven een of meer alinea's
  13. 22. een reden om iets te gaan doen
  14. 23. artikel dat je wilt plaatsen in een krant
  15. 24. het stuk, een deel ergens van
  16. 25. eindoordeel
  17. 27. precies zoals het is gezegd
  18. 28. vermaken
  19. 29. gelet op
  20. 30. feit dat bekend is
  21. 33. waarvoor iets dient
  22. 37. duidelijk zijn
  23. 38. uitspraak
  24. 39. bod komen aan de beurt komen
  25. 40. poster