verbos 4-6

12345678910111213141516171819202122
Across
  1. 5. wij kopen
  2. 6. ik heb
  3. 7. ik ga naar binnen
  4. 8. jullie wandelen
  5. 10. u begrijpt
  6. 12. ik zorg voor
  7. 13. zij laten
  8. 16. jullie begroeten
  9. 18. hij laat
  10. 19. wij drinken
  11. 20. jij bent
  12. 22. jullie drinken
Down
  1. 1. jij wilt
  2. 2. wij bezoeken
  3. 3. jij zingt
  4. 4. zij zijn
  5. 5. wij zingen
  6. 9. hij bereidt
  7. 11. jij wil liever
  8. 14. jullie zijn (jullie bevinden je)
  9. 15. zij worden ... jaar oud
  10. 17. zij hebben
  11. 21. zij zijn (zij bevinden zich)