verkleinwoordjes
Across
- 3. Hij keek door het kleine…………...
- 6. In een klein ………………., 's morgens in de vroegte.
- 7. Een kleine koning.
- 10. Een auto met chauffeur, die je tegen betaling ergens naartoe brengt.
- 11. Tom speelt in een klein……………
Down
- 1. Wij hebben thuis een schattig………., het spint de hele tijd.
- 2. Kijk uit dat je ……………..met chips niet omvalt!
- 4. Regenscherm
- 5. Daar waar je dingen kan kopen.
- 6. Je kan er mee op zee varen.
- 8. Mijn klein zusje is nog maar een ……………….
- 9. Lijst van gerechten waaruit je kan kiezen.