vervoer

1234567891011
Across
  1. 3. rijdt tussen al het verkeer door
  2. 4. het heeft vleugels
  3. 5. mag op de snelweg rijden
  4. 7. mag soms ook op het fietspad rijden
  5. 9. wordt vaak gebruikt voor noodgevallen
  6. 11. in het Engels heet het 'car'
Down
  1. 1. een vervoersmiddel waarvoor je moet betalen
  2. 2. tring tring
  3. 4. het vervoert transport
  4. 6. de bestuurder heet een machinist
  5. 8. hij rijdt niet in Tilburg maar wél in Amsterdam
  6. 10. wordt vaak gebruikt door ouderen