Vint het juiste woord
Across
- 3. >< daar
- 5. "De ... dagen ben ik naar zee gegaan."
- 6. Tussen 'ja' of 'nee'.
- 7. Ik ga in een plaats, ik ga ... .
- 12. De dag voor gisteren
- 13. Wat zeg je om 20 uur "goede ..."?
- 14. = morgen
- 15. = vaak
- 16. >< weinig
- 17. >< meisje
- 19. Na 12 uur
- 20. = zeer
Down
- 1. Ik blijf thuis, ik ga ... .
- 2. >< eindigen
- 4. Voor 12 uur
- 8. = tijdens
- 9. "Drie dagen ... was het zaterdag."
- 10. De dag na morgen
- 11. = niet vaak
- 18. >< dag