Vocabulary Unit 3 Instructions part I
Across
- 1. zeven
- 5. verminder
- 6. behouden
- 9. consumeren/eten
- 10. recept
- 13. boetes/straffen
- 14. heerlijke
- 15. geblokkeerd
- 19. brandblussers
- 22. puin/rommel
- 24. smaken
- 26. groentes
- 28. porties
- 29. verwijderen/laten afdruipen
- 30. beschouwd
Down
- 2. vezel
- 3. beslag
- 4. voedingsstoffen
- 7. gelegenheden
- 8. sudderen
- 11. opslagruimtes
- 12. electriciteitskabels
- 16. (op)stijgt
- 17. aanbevolen
- 18. gekoelde
- 19. zwakke damp
- 20. overgebleven
- 21. kom
- 23. verwonding
- 25. roerend
- 27. beperken
- 31. iemand ergens aan herinneren