vocabulary year 2 (hv)
Across
- 1. trui
- 4. hemel
- 6. terwijl
- 8. smaak
- 9. verstandig, goed
- 12. rondleiding
- 16. verwarring
- 19. stof
- 24. lift
- 27. streng
- 28. ramp
- 29. gewoonlijk
- 30. smeken
- 31. klomp
- 32. vers
- 34. verlaten
- 35. helderheid
- 37. tijdperk
- 38. dageraad
- 40. dij
- 41. paprika
- 43. mier
- 44. breien
Down
- 2. omhoog
- 3. mazelen
- 5. geweldadig
- 7. slecht, kwaadaardig
- 10. bezienswaardigheden
- 11. gedrag
- 13. ontdekking
- 14. zin hebben om
- 15. zweet
- 17. maandelijks
- 18. vermelden
- 20. klagen, kreunen
- 21. oplossing
- 22. kruk
- 23. rits
- 25. wenkbrauw
- 26. fonkelend
- 27. langzaam
- 33. kool
- 36. zaklamp
- 39. kauwen
- 41. huisdier
- 42. uitgang