Vocbulaire de base groep 1/2 Classe 3
Across
- 1. het been
- 9. wanneer
- 10. jammer
- 12. vaak
- 14. voor
- 16. aankomen
- 17. waar
- 18. vervolgens, daarna
- 19. de wedstrijd
- 20. praten
- 22. ontmoeten
- 24. zaterdag
- 28. (uit)eindelijk
- 30. vergeten
- 31. middernacht
- 33. daarna
- 34. de groep, de band
- 35. in
- 37. de gezondheid
- 38. het strand
- 41. de les, de cursus
- 42. niets
- 43. helaas
- 45. de hand
- 46. komen
Down
- 1. de jongere
- 2. eten
- 3. vinden
- 4. de arm
- 5. de vraag
- 6. het probleem
- 7. het huiswerk
- 8. het advies
- 11. beginnen
- 13. tegen
- 15. als, zoals
- 18. soms
- 21. de vriendschap
- 23. blijven
- 24. de avond
- 25. dinsdag
- 26. de datum
- 27. het ziekenhuis
- 29. het lichaam
- 31. maar
- 32. redden
- 33. de liefde
- 36. te (veel)
- 39. ook
- 40. tijdens
- 44. maandag