Voorzetsels

1234567891011
Across
  1. 5. Ik zit tussen Jan en Kees.
  2. 6. Jongeren onder de 18 mogen niet drinken.
  3. 7. Alleen mensen boven de 21 mogen drinken in de VS.
  4. 8. Wij wonen in Groningen.
  5. 10. Ik woon naast haar.
  6. 11. Ik ben graag onder vrienden.
Down
  1. 1. De hond logeert bij mijn oom.
  2. 2. Boven 35 graden is erg warm.
  3. 3. Het is onder het vriespunt.
  4. 4. De bus stopt voor ons huis.
  5. 9. Jij staat achter de balie.