vriendschap

12345678910111213
Across
  1. 2. Dit ben je als je niet goed weet wat je moet doen.
  2. 5. Slechte dingen over iemand vertellen zonder dat die er bij is.
  3. 6. Ik ben bang. Ik ... niet.
  4. 7. Dit zijn dingen die waar zijn.
  5. 8. Tegen iemand zeggen dat je iets goed vindt van hem. Dat is iemand een ... geven.
  6. 10. Hij kan niet stoppen met lachen. Hij heeft de ...
  7. 11. een vrouwelijke vriend
  8. 12. oog Hij heeft op mijn oog geslagen. Morgen zal ik een ... hebben.
  9. 13. Heel erg bang zijn. Zoveel schrik hebben dat het niet meer normaal is.
Down
  1. 1. Een werkwoord dat betekent dat je op iemand kunt rekenen, dat die persoon eerlijk is.
  2. 3. eerlijk, knap, aardig, vriendelijk. Dit zijn allemaal goede ...
  3. 4. Deze persoon is echt .... Zijn kamer ligt vol rommel : kleren op de grond, alle papieren door elkaar.
  4. 9. Slechte woorden tegen iemand zeggen.