Vul in!
Across
- 1. Op tafel liggen ... en messen.
- 4. Wat je moet doen aan de kassa.
- 6. Op de kermis verkopen ze dit lekkers.
- 7. Deze dieren bewegen heel traag.
- 9. Papa leest mooie ... voor.
- 12. Deze man schiet op wilde dieren in het bos.
- 13. Konijnen eten dit graag.
Down
- 2. Ze kakelen en leggen eitjes.
- 3. Deze mensen hebben geen huizen om in te wonen.
- 4. De strenge juffen dragen ze op de neus.
- 5. Als je het niet meer weet, ben je het ...
- 7. In de zomer is het een daar een beetje frisser.
- 8. De glazen staan in de ...
- 10. Als iets niet mooi is, is het ...
- 11. Het zijn geen echte, maar ... diamanten.