VWO 4 HS. 1
Across
- 5. Er is infrastructuur tussen twee gebieden die mensen, goederen of informatie met elkaar willen uitwisselen. Reistijd, reiskosten en de hoeveelheid moeite die het kost, bepalen of de uitwisseling ook plaatsvindt. Heet ook verplaatsbaarheid.
- 6. Het vermogen van de natuur om mensen te voorzien in hun bestaan, zonder dat het natuurlijke evenwicht wordt verstoord.
- 9. Er is niet voldoende voedsel om een actief en gezond leven te kunnen leiden.
- 10. Het op de markt brengen van goederen beneden de kostprijs.
- 13. De afname van de kwaliteit van de bodem en de begroeiing als gevolg van een verkeerd gebruik door de mens. Heet ook landdegradatie.
- 14. Het doorgaande proces van internationale uitwisseling van mensen, goederen, geld en informatie (kennis, cultuur).
- 15. De indeling van de bevolking op basis van kenmerken zoals geslacht of etniciteit.
- 17. Leefeenheid met een of meer kerngezinnen op basis van familierelaties.
- 18. Het ene gebied heeft iets wat een ander gebied niet heeft (de gebieden vullen elkaar aan).
- 19. Theorie die stelt dat mensen, goederen en informatie zich alleen verplaatsen als voldaan is aan drie voorwaarden: complementariteit, geen tussenliggende mogelijkheden en transporteerbaarheid.
- 21. Het aantal hectare dat nodig is om voedsel te verbouwen per inwoner of per land.
- 23. Goed bestuur met als (voornaamste) uitgangspunten openheid, verantwoording, rechtvaardigheid, bevolkingsparticipatie en overeenstemming.
- 24. Handel tussen landen die volledig plaatsvindt volgens de wetten van vraag en aanbod.
Down
- 1. Gewas dat verbouwd wordt met een winstoogmerk en dat wordt verhandeld en tot producten verwerkt.
- 2. Landbouwactiviteiten die gericht zijn op de uitvoer.
- 3. Onenigheid over het bezit en/of bestuur van een gebied tussen twee of meer (deel)staten.
- 4. Ziekte, veroorzaakt door het hiv-virus, die het afweersysteem van het lichaam afbreekt.
- 7. De invoering van verbeterde, snelgroeiende soorten in de landbouw, in combinatie met het gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen.
- 8. Schommelingen in de hoeveelheid neerslag gedurende het jaar.
- 11. Landbouw die is gericht op het maken van winst.
- 12. Invoerrechten: geld dat je moet betalen om een product in te voeren.
- 16. Het financiƫle voordeel dat een land behaalt wanneer het een bepaald product goedkoper kan produceren dan een ander land.
- 20. Situatie waarin alle mensen in een gebied altijd toegang hebben tot voldoende en veilig voedsel met voldoende voedingswaarde om een actief en gezond leven te kunnen leiden.
- 22. Hulp om te kunnen overleven bij een hongersnood of een andere ramp. Noodhulp is beperkt in tijd, ruimte en omvang.