Week 17

12345678910
Across
  1. 2. Iemand die iets ergs heeft meegemaakt.
  2. 4. Iemand gemeen plagen.
  3. 6. Vervelend doen. Andere mensen hebben last van je.
  4. 7. Iets zeggen, maar het is niet waar.
  5. 8. De grootste groep, de meesten.
  6. 10. Als je medelijden met iemand hebt, vind je die persoon zielig.
Down
  1. 1. Helemaal anders. Voorbeeld --> Groot en klein
  2. 3. Je weet niet wat je moet doen. Je hebt hulp nodig van iemand anders.
  3. 5. Jezelf pijn doen, bijvoorbeeld doordat je ergens tegenaan stoot.
  4. 9. Iemand die pest. Iemand die op een gemene manier plaagt.