Week 2

12345678
Across
  1. 2. Als je je vrolijk of gelukkig voelt.
  2. 3. Je ruimt er gereedschap in op.
  3. 5. Kleding voor aan je benen.
  4. 7. Wat je proeft als je zeewater in je mond krijgt.
  5. 8. Als je het heel moeilijk kun kauwen.
Down
  1. 1. Het tegenovergestelde van oud.
  2. 3. Als je ogen niet goed recht kijken.
  3. 4. Het tegenovergestelde van krap.
  4. 6. Het lijkt op een mens, maar dan veel groter en meestal gemeen.
  5. 7. Als ik muziek maak met mijn stem.