Week 3 AA

1234567
Across
  1. 2. Laten merken dat je ergens tegen bent.
  2. 4. Een stok die aan de bovenkant brand.
  3. 5. Heel sterk.
  4. 7. Dat wat kapot is.
Down
  1. 1. De mensen die zeggen wat er in een land moet gebeuren.
  2. 3. Weer in orde maken als het kapot of oud is.
  3. 6. Een stof die je niet kunt zien, net als lucht.