Weektaak 1
Across
- 4. its wat je kan spelen
- 5. het schijnt iedere dag
- 8. alleen in de winter
- 9. het vliegt
Down
- 1. een buite vervoer
- 2. waar je in kan rijden
- 3. een sport waar je bij moet rennen
- 6. huis..
- 7. waar je iedere dag bent
- 10. het heeft 4 poten