Weerwoord (week 2, 3 en 10)

123456789101112131415161718192021
Across
  1. 7. iemand die in de grond zoekt naar spullen van vroeger
  2. 9. onder water zetten
  3. 12. niet meer goed genoeg om te gebruiken
  4. 13. lopen er kan iets ergs mee gebeuren
  5. 14. iemand die in de plaats komt van iemand die gestopt is
  6. 15. want
  7. 16. beginnen te bestaan
  8. 18. heel oud
  9. 20. iets of iemand ergens in rollen, inpakken
  10. 21. kinderen of jonge dieren leren hoe ze moeten leven
Down
  1. 1. op veel plekken komen
  2. 2. het grote ongeluk waar veel mensen last van hebben
  3. 3. weer sterker worden als je ziek bent
  4. 4. wild bezig zijn
  5. 5. veel geld waard, waardevol
  6. 6. het gebouw dat een bijzonder doel heeft
  7. 8. wat bij deze tijd past
  8. 10. iets wat gevonden is
  9. 11. kapot maken
  10. 17. bekend zijn
  11. 19. helpen, voor mensen of dieren zorgen als dat nodig is