Werken om op vakantie te kunnen

1234567891011121314151617181920212223
Across
  1. 3. zichtbaar worden of ergens naartoe komen – antoniem: verdwijnen
  2. 4. iets laten gebeuren op een magische manier of doen alsof
  3. 8. heel vrolijk, overdadig of energiek – antoniem: terughoudend, ingetogen
  4. 9. in zicht komen nadat het verborgen was – synoniem: verschijnen
  5. 12. direct, zonder wachten – synoniem: meteen – antoniem: later, uitgesteld
  6. 14. (Duits woord dat ook in het Nederlands wordt gebruikt) betekent "in het geheel", "eigenlijk"
  7. 15. met plezier, met enthousiasme – antoniem: met tegenzin
  8. 18. iemand iets goeds of positiefs wensen
  9. 21. iets wat je kunt zien, bijvoorbeeld een afbeelding of een voorstelling in je hoofd – synoniem: afbeelding, voorstelling
  10. 22. werk of functie waarvoor je bent opgeleid en waarmee je meestal geld verdient – synoniem: professie
  11. 23. een mobiele telefoon met veel functies zoals internet, apps en camera – synoniem: mobieltje (moderne)
Down
  1. 1. het bedrag dat iemand moet terugbetalen na het lenen voor een studie – uitleg: vaak opgebouwd tijdens studie aan een hogeschool of universiteit
  2. 2. mensen met veel kennis van een bepaald onderwerp – synoniem: experts, specialisten
  3. 5. een tijdelijke baan die je tijdens de vakantieperiode doet, meestal door scholieren of studenten
  4. 6. niets zeggen, stil blijven – synoniem: stil zijn – antoniem: spreken, praten
  5. 7. oorsprong of beginpunt van iets, bijvoorbeeld informatie of water – synoniem: oorsprong
  6. 10. periode waarin je vrij bent van werk of school en vaak op reis gaat of ontspant – antoniem: werktijd
  7. 11. een pot of figuurtje (meestal een varkentje) waarin je muntgeld spaart
  8. 13. een land in Zuid-Europa, bekend om zijn oude cultuur, eilanden en geschiedenis – uitleg: lid van de EU, hoofdstad is Athene
  9. 16. weinig kostend – antoniem: duur
  10. 17. betaalmiddel waarmee je dingen kunt kopen – synoniem: valuta, munten en biljetten
  11. 19. een tijdschrift of krant die één keer per week verschijnt – synoniem: weekkrant
  12. 20. zich verplaatsen van de ene plaats naar een andere, vaak over lange afstand – synoniem: op pad gaan