Wie zoekt, die vindt
Across
- 3. een rond voorwerp dat voorkomt in verschillende formaten. Het kan gebruikt worden bij verschillende sporten.
- 4. soort vrucht. Het heeft een ronde vorm en kan een rode of groene kleur hebben. Groeit aan bomen.
- 6. een vervoersmiddel dat veel mensen ineens kan vervoeren. Het heeft geen wielen. Je moet een kaartje kopen in een station.
- 8. een voorwerp dat je gebruikt om te poetsen. Je moet het in het stopcontact steken en het maakt lawaai. Het zuigt het stof weg.
- 9. het is gereedschap. Je gebruikt het om spijkers ergens in te slaan.
- 11. een voorwerp uit de keuken, waar water uitkomt.
Down
- 1. iets uit de eetkamer waar je aan kan zitten om te eten.
- 2. waar je je spaarcentjes naartoe brengt.
- 5. je koopt het bij de bakker, de meeste mensen eten het vooral in het weekend. Het is rond maar kleiner dan een brood.
- 6. je gebruikt het om met andere mensen in contact te komen. Je moet juist hun nummer intikken.
- 7. klein, grijs knaagdiertje met lange staart. Het eet graag kaas en poezen zijn hun grote vijand.
- 9. een huisdier met 4 poten dat blaft.
- 10. je kan er in lezen. Het is van papier gemaakt en de meeste mensen lezen het ’s ochtends. Het staat vol nieuws.