Wintersporttoerisme Sophie Werdekker

1234567891011121314151617
Across
  1. 3. te kunnen voeren
  2. 8. zeer belangrijk voor de sneeuwzekerheid
  3. 10. wandelen met sneeuwraketten
  4. 11. hun ski naar boven glijden
  5. 12. piste gemakkelijke platte piste met korte helling
  6. 13. een spoor in de sneeuw voor een wintersport
  7. 15. beschermt de onderrug tegen kou deze loopt
  8. 16. deze rits voorkomt dat die aan je huid vast
  9. 17. skiën offpiste rijden
Down
  1. 1. smalle latjes op loipen
  2. 2. traditioneel skiën
  3. 4. je hebt een chauffeur
  4. 5. Een grote machine dei zorgt dat de piste
  5. 6. het is een kabelinstallatie waarmee skiërs
  6. 7. slingeren op de weg
  7. 9. gestreken word
  8. 14. tot de taille
  9. 15. verminderd de kans op sneeuwblindheid