Wiskunde Examen Lisa
Across
- 5. Rechten die niet in hetzelfde vlak liggen.(Ze snijden elkaar dus niet en zijn ook niet evenwijdig)
- 8. De rechte die door het midden gaat van een zijde en loodrecht staat op de drager van deze zijde
- 11. Is een hoek van 90°.
- 14. Is een trapezium waarvan de opstaande zijden even lang en niet evenwijdig zijn.
- 20. Een vlakke figuur die wordt gevormd door 3 hoeken en 3 zijden.
- 22. Is het lijnstuk dat vanuit het middelpunt van de cirkel loodrecht op de koorde staat.
- 23. Is een hoek die groter is dan 90° maar kleiner is dan 180°.
- 26. Is een driehoek die niet gelijkbenig is, d.w.z. de 3 zijden hebben verschillende lengte.
- 30. Is de verzameling van alle punten die op eenzelfde afstand liggen van een gegeven punt, het middelpunt.
- 31. Het omgekeerde van een rationaal getal verschillend van 0 krijg je door in de breukvorm van het getal teller en noemer van plaats te verwisselen.
- 33. Rechten die in hetzelfde vlak liggen en elkaar niet snijden of zijn rechten die samenvallen
- 34. Is een trapezium met precies 2 rechte hoeken.
- 40. Vlakken die geen enkel punt gemeenschappelijk hebben of zijn vlakken die samenvallen
Down
- 1. Is een vierhoek met ten minste 1 paar evenwijdige zijden.
- 2. Is de rechte die de hoek in 2 even grote hoeken verdeelt. We noemen het ook de bissectrice.
- 3. Is een hoek van 0°. Bij een nulhoek vallen beide benen samen.
- 4. Is de loodlijn uit een hoekpunt op de drager van de overstaande zijde.
- 6. Hebben oneindig veel punten gemeenschappelijk die de snijlijn vormen van deze 2 vlakken
- 7. Is een vierhoek met 4 rechte hoeken.
- 9. Bij het optellen van positieve getallen mogen de termen van plaats veranderen, de som blijft ongewijzigd. Bij het vermenigvuldigen van positieve getallen mogen de factoren van plaats veranderen, het product blijft ongewijzigd
- 10. Het vermenigvuldigen is distributief ten opzichte van het optellen. Het vermenigvuldigen is distributief ten opzichte van het aftrekken.
- 11. Is een driehoek waarvan 1 hoek recht is.
- 12. Is een driehoek waarvan de 3 zijden even lang zijn
- 13. Is een vlakke figuur die wordt gevormd door 4 zijden en 4 hoeken.
- 14. Is een hoek van 180°. bij een gestrekte hoek liggen beide benen in elkaars verlengde.
- 15. Twee rechten staan loodrecht op elkaar als en slechts als ze een hoek van 90° vormen.
- 16. Is een rechte die door het middelpunt gaat
- 17. Rechten die in hetzelfde vlak liggen en 1 punt gemeenschappelijk hebben.
- 18. a tot de n'de = a x a x ... x a n factoren met n < 1 a tot de 1'ste = a a tot de 0'de = 1 a is niet gelijk aan 0
- 19. Is een driehoek waarvan alle hoeken scherp zijn
- 21. Is een koorde die door het middelpunt gaat.
- 22. Is de afstand tussen dat punt en het voetpunt van de loodlijn uit dat punt op de rechte.
- 24. Is een driehoek waarvan 1 hoek stomp is.
- 25. Is een vierhoek met 4 even lange zijden.
- 27. Is een driehoek waarvan minstens 2 zijden even lang zijn.
- 28. Is een lijnstuk dat 2 punten van een cirkel verbindt.
- 29. Is een hoek die groter is dan 0° en die kleiner is dan 90°.
- 32. Is een vierhoek met 2 paar evenwijdige zijden.
- 35. Het tegengestelde van een rationaal getal is dit rationaal getal voorzien van een ander toestandsteken.
- 36. Bij het optellen van positieve getallen mogen de haakjes van plaats veranderen, de som blijft ongewijzigd. De volgorde waarin je een optelling uitvoert, speelt dus geen rol. Bij het vermenigvuldigen van positieve getallen mogen de haakjes van plaats veranderen, het product blijft ongewijzigd. De volgorde waarin je een vermenigvuldiging uitvoert speelt, dus geen rol
- 37. Een hoek met als hoekpunt het middelpunt van de cirkel.
- 38. Is de rechte door een hoekpunt en door het midden van de overstaande zijde.
- 39. Is een vierhoek met 4 evenlange zijden en 4 rechte hoeken.
- 41. Is een hoek van 360°.